Mijmeringen

  • De krant maakt
    het plaatje compleet:
    artikel, foto, autowrak.
    Omstandigheden
    kundig ontleed.
    Datum, plaats en
    naam vermeld.

    Maar wiens verhaal
    wordt er verteld?

Nieuwsbrief

Wenst u op de hoogte te blijven van mijn reizen en zeilen? Schrijf u in voor de nieuwsbrief.



Gedichten

I

zoals we zaten aan je bed
jouw hand in de onze,
en wij hand in hand met elkaar
wist ik dat we je nooit echt
zouden verliezen

bonte bloesem zet bomen in brand
jong gras lispelt jouw naam
kijk wat mijn ogen voor je schrijven
niet het afscheid telt
maar het altijd samen blijven


..............................................................................................

II

dat het goed gaat dank je
hoe vaak heb ik het al gezegd
omdat iedereen zich omdraait
als ik fluister: ‘k voel me slecht

lente zingt een lied van leven
zomer jubelt: alles geven!
herfst trekt andere kleren aan
tijd om kleurig uit gaan

geef mij maar liever winter
een stille wandeling aan zee
golven rollen af en aan
mijn tranen rollen rustig mee


..............................................................................................

III

doe geen moeite
zoek mij niet
ik ben allang verdwenen
ik ben nog slechts wat overblijft
de geur van nat beton
het krijsen van de stenen


..............................................................................................

IV

maan zegt de vrouw en jij zegt maan
roos zegt de vrouw en jij zegt roos
vis zegt de vrouw en jij zegt vis

je bent achtendertig jaar
weet wat verliezen is


..............................................................................................

V

De krant maakt het plaatje compleet:
artikel, foto, autowrak.
Omstandigheden kundig ontleed.
Datum, plaats en naam vermeld.
Maar wiens verhaal wordt er verteld?


..............................................................................................

VI

hoe moeilijk is het binnengaan
in deze broedplaats van verdriet
hoe groot mijn angst
voor ongehoorde woorden
hoe zorgvuldig mijn zwijgen
hoe klankloos ons gesprek
hoe leeg het vertrek


..............................................................................................

VII

stopt het dromen
teruggespoelde tijd
schok van erkenning
de nieuwe werkelijkheid


..............................................................................................

VIII

en steeds maar herbeleven
hoe waanzin over wegen walst
snel, dronken, opgejaagd
wie wordt vandaag ten dans gevraagd?


..............................................................................................

IX

huppelt naar school
met nieuwe boekentas
(eerste schooldag – fijn – vertellen hoe vakantie was)
steekt de straat over
heeft auto niet gezien

zoveel jaren later
is hij nog altijd tien


..............................................................................................

X

gemis is niet in woorden te vatten
ze namen niet enkel je jeugd
maar in één klap
ook alle jaren erna

verleden gewist
toekomst weggemaaid

je staart naar een film van vroeger
jij bent dat kind dat naar je zwaait


..............................................................................................

XI

dus: het is nacht
straat, huis, tuin
aanbellen
hiervoor werd je opgeleid
alles werd je uitgelegd
de deur zwaait open
niets krijg je gezegd


..............................................................................................

XII

hinderlaag

meisje van twaalf
rood licht
naast haar een vrachtwagen


..............................................................................................

XIII

ik kan niet op eigen benen
maar wel op vier wielen
ik kan sneller dan jij

ik ben bijzonder


..............................................................................................

XIV

het eerste uur
is steeds het ergste
wakker worden
zonder
en ik die keer op keer herhaal
dat ik je nog eenmaal


..............................................................................................

XV

in het geloei van sirenes
weerklinkt
de klaagzang van verdriet


..............................................................................................

XVI

laten we doen alsof
het niet zo is
alsof dit lichaam niet van jou
en deze onmacht niet van mij


..............................................................................................

XVII

en zo dichtbij
er bijna niet geweest
staat hij weer op
de blik vol overwinningsfeest


..............................................................................................

XVIII

dit is niet waar
hier wordt niet getreurd
dit moment is niet echt
dit is niet gebeurd


..............................................................................................

XIX

beste,

alles kreeg ik terugbetaald
haar fiets, haar kleding,
zelfs het kettinkje rond haar nek
maar mag ik toch nog vragen:
hoeveel kost de lege plek?


..............................................................................................

XX

toen geloofde je nog
dat sprookjes

zwart en wit
prins en smid
krom en recht
goed en slecht

verhalen waren
waarin jij niet leefde

je lachte,
schaterde als je wou
de toekomst was
alleen van jou

nu lig je
in je kleine bed
met in je blik
kapotte dromen

sprookjes zijn realiteit
de wolf is echt gekomen


..............................................................................................

XXI

‘Het geluk!’ roep je.

Je beschildert je gezicht met vrolijkheid
en tovert sterren in de ogen van een kind.

Van alle kanten klinken stemmetjes:
‘Nog eens! Nog eens!’

Een magiër, dat ben je.
Een moderne sjamaan.

Jouw trucs vergeten ze nooit meer.
Altijd zul je voor hen staan.


..............................................................................................

XXII

Hoelang kun je niet bewegen?
Speel je een spel?
Is dit een van je zotte streken?

Je weigerde te spreken.
Mimespeler in een stil vaarwel.


..............................................................................................

XXIII

dag vader, dag moeder
ik moet naar de klas
zorg goed voor mijn diertjes
voor drank en voor gras

je woorden verraden wie je was

als straks de zon de aarde kust
- het avondlicht de hitte sust -
ben je weer even heel dichtbij

dan kijken je ouders naar de wolken
en koesteren wat je zei


..............................................................................................

XXIV

Thomas tekent:

een vrolijke ziekenwagen
een lachende jongen in een graf
een mama zonder hoofd
die bloemen giet

hij schetst wat pijn is,
kleurt verdriet

zijn broer is weg
dat vat hij niet


..............................................................................................

XXV

onschuld  

in rood
in rood
in barensrood
scheurt zij zo open dat ze zichzelf
weer als klein meisje ziet lopen

in flanders fields
the puppets grow
in bloed
en slijm
en pijn

en uit haar krijsen
uit haar geschreeuw van buiten zinnen
ontstaat een eeuwenoud verhaal
van altijd herbeminnen


..............................................................................................

XXVI

zoals hij plots ter wereld kwam:
een zee, een wee en aangespoeld
(wat werd hiermee bedoeld?)

ging hij ook op weg
heftig zoeken
gulzig wroeten
grenzen doen vervagen

en nooit een antwoord op zijn vragen


..............................................................................................

XXVII

wat niet mocht
daar heeft hij altijd naar gezocht
het onbekende hield belofte in

dus:

er was eens een boom
en aan die boom een vrucht

(gevolgd door een diepe zucht)


..............................................................................................

XXVIII

de perkamenten handen
van de oude man
spreken boekdelen
als hij trots
vergeelde schoolschriften
doorbladert, zijn jeugd
nogmaals overlevend

met pretlichtjes in de ogen
zweefvlindert hij
door het verleden
huppelt in gedachten
naar school
met een vergeten naam
dicht tegen zich aangedrukt

hij is pas weer dertien geworden


..............................................................................................

XXIX

komt binnen in de geur van kleuterklas
man van vijf die hij toen al was

(valt zichzelf een kapotte knie
een broek met korte pijpen
- bloed -
maar juf is warm en zoet)

aarzelt bij het belsignaal
wil hier nog even blijven
spoelt dan de tijd vooruit
gaat over wonden schrijven


..............................................................................................

XXX

flink zijn, moet ze
niemand vertellen wat er is gebeurd
niet denken aan zijn handen
de brute beestengeur

en ’s nachts de deur op slot, en
onder de dekens zacht haar naam
en steeds weer wakker worden
van wolven voor het raam


..............................................................................................

XXXI

het waren de ogen
van het kind op haar schoot
of de manier waarop zij
de angst eruit wilde weren

hoe zij daar weggedrumd zat
in haar hoekje menselijk leed
zachtjes vertellend over een treintje
dat zuchtend naar Treblinka reed


..............................................................................................

XXXII

Onvolbouwde vrouwtjes
Bemachtigen de touwtjes
Van heel verlegen ventjes
Hun kleine pubertentjes


..............................................................................................

XXXIII

Je bh vloog
als een parachuutje
door de lucht
Wat later ik
In vogelvlucht


..............................................................................................

XXXIV

Ondanks mij: wij
Nu meer dan vijftien jaar
(Onze lichamen twee vormen
Die juichend passen in elkaar)

Bij jou wil ik enkel maar bij jou.

Daarom liefste
Hou me vast
Blinddoek me

Straks vangt mijn blik weer andere ogen
En doet ons bed
Jou denken aan bedrogen


..............................................................................................

XXXV

het leek zo volmaakt
wij waren mekaar

of ik was jou
en jij bleef jezelf

toen je wegging
was ik me kwijt

niemand heeft me
teruggevonden


..............................................................................................

XXXVI

Hij zingt liedjes
Over vrijheid en gevoel
Zij slaat verbitterd
De kookpan op z’n smoel


..............................................................................................

XXXVII

omdat je me zei
dat je
- mocht je alles overdoen –
opnieuw voor mij zou kiezen

mét enkele opties

daarom zie ik je graag




 



Info en boekingen theater
Elvira De Muynck
GSM: 0486 43 27 74

Info en afspraken over boeken,
lezingen, performances
Wim Geysen
GSM: 0486 75 60 37

Met één klik naar
Wim Geysen op facebook!