Vuur

Vuur

Twee vrienden, Herman Amfoort en Willem Perseval, gaan op zwier tijdens de Antwerpse Sinksenfoor en nemen een derde figuur, uitbater van een kermisattractie, mee op sleeptouw. Nadat de nodige alcohol werd verwerkt, belanden ze weer op de kermis. De nacht is al een stuk gevorderd, de kermis gesloten, maar Herman overhaalt hun nieuwe vriend hen nog een gratis ritje aan te bieden. Daarbij verliest Herman -letterlijk - het hoofd. In zijn dronkenschap neemt Willem het hoofd mee naar huis. Wanneer de politie hem de dag nadien komt opzoeken, ontkent hij aanwezig te zijn geweest op het ogenblik dat Herman stierf. Later verbergt hij het hoofd in de diepvries. Hij ontvangt een brief van zijn vriend, waarin die hem uitlegt waarom hij doelbewust uit het leven is gestapt.

Willem blijft zich afvragen waarom en zoekt verklaringen voor Hermans daad. Beiden waren ze gefascineerd door de Franse revolutie. Willem heeft zelfs poppen gemaakt die de voornaamste figuren voorstellen. Marat, Danton, Robespierre en Saint-Just beginnen op hem in te praten en in de verwarring die voortvloeit uit de dood van zijn vriend, neemt de intensiteit van de gesprekken nog toe. Hermans hoofd wordt op tafel gezet en neemt deel aan de conversaties. Daarin komt het geregeld tot hoogoplaaiende discussies tussen Herman en de poppen.

Idealisme wordt afgewogen tegen cynisme, engagement tegen apathische berusting. Willem - over en weer geslingerd tussen beide kampen - beseft gaandeweg dat het zijn taak is de revolutie nieuw vuur in te blazen en op die manier zijn leven meer zin te geven.

'Vuur' werd door Wim Geysen bewerkt tot de gelijknamige theatermonoloog. Het boek werd in het academiejaar 2000-2001 door vertaalster Mieke Volders ingediend als licentiaatsscriptie onder de titel: 'Fire, a translation into English of Vuur by Wim Geysen. With an introduction in Dutch to Generation Zero Literature'.

Eerste druk: 1999

ISBN 9789064451522

REACTIES:

‘Een ingewikkeld, bizar, maar fascinerend verhaal, in korte paragrafen opgezet en vanuit een psychologisch perspectief geschreven.’ (Biblion)

VUUR, de eerste reacties
 

*De afwisseling van dramatische elementen en humor, van verleden en heden, van hoofdlijn en nevenplots werkt, en dat is, denk ik, veel minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Max Temmerman, programmatieverantwoordelijke cultureel centrum De Kern, Wilrijk.

*Het is een verhaal dat de 'Generatie Nix' naar de 'Generatie Iets' brengt. Wim Geysens boek opent de discussie en steekt het vuur aan de lont.
Sandra Naelaerts, presentatrice.

*Onwillekeurig moest ik terugdenken aan de merkwaardige novelle van Louis Paul Boon, "Mijn kleine oorlog"... Ik houd van literatuur die verder kijkt dan zijn literaire neus lang is, die het hoofd durft uit te steken, met het risico van het te verliezen. 'Vuur' van Wim Geysen is zo'n boek, bedoeld voor ons allemaal, wie u ook bent. Als u straks de donkere herfstnacht intrekt, vergeet dan vooral niet deze brandende fakkel met u mee te nemen.
Ivo van Strijtem, dichter.

*Iemand als Wim Geysen kan een verhaal vertellen. 'Vuur' leest erg vlot, Geysen bouwt de spanning kundig op, en hij heeft een meer dan behoorlijk gevoel voor ritme. Ik wou warempel weten hoe het verhaal afliep - en dat in een Vlaamse roman. Al die kwaliteiten waren overigens ook te vinden in zijn debuut 'Lek', maar in vergelijking daarmee valt de diepgang van deze nieuwe roman in gunstige zin op.Ik heb veel sympathie voor deze Wim Geysen. 'Vuur' is een zeer lezenswaardige poging om hoog te springen.
Bert Bultinck, De Morgen, 17 november 1999.

*Ook in deze roman werkt Geysen voornamelijk met korte hoofdstukjes, scènes die een afgerond geheel vormen en die toelaten dat je de lectuur geregeld eens onderbreekt - gesteld dat je daar zin zou in hebben, want Geysen heeft een bijzonder intrigerend verhaal geschreven.
Luk de Geyter, Leesidee, november 1999.

*Willem praat ook met zijn poppen, die gemodelleerd zijn naar de hoofdrolspelers van de Franse Revolutie: Danton, Robespierre, Marat, Saint-Just, Mirabeau en anderen. Het is een schitterende vondst dat Geysen zo de geschiedenis in het verhaal binnenloodst.
John Vervoort, Het Nieuwsblad, 20 november 1999.

*We zijn mijlenver verwijderd van het bijtend-cynische proza van nineties-writers zoals Paul Mennes en Ronald Giphart. Geen verhalen hier over apathische MTV-kijkende en chips vretende jongeren. Op de valreep van het nieuwe millennium schrijft deze jonge auteur een onbevangen roman met een politiek engagement. Zullen we de generatie Nix maar begraven?
Tom Verheyden, Financieel Economische Tijd, 22 december 1999.